Het Waarborgfonds nader bekeken, Mr. Frits Blees (2011)

Mr. F. Blees, directeur VAN

Een beetje geschiedenis

Het Waarborgfonds Motorverkeer is zo oud als de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Wam. Deze wet (tot stand gekomen in 1963) trad op 1 januari 1965 in werking en op dat moment werd ook het Waarborgfonds Motorverkeer in het leven geroepen, als vangnet onder de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen. Want de wetgever was er (toen al) niet van overtuigd dat elke Nederlandse motorrijtuigbezitter die verzekeringsplicht netje zou naleven. Bovendien voorzag de wetgever ook andere situaties waarin het slachtoffer van een verkeersongeval geen verzekeraar zou kunnen aanspreken, bijvoorbeeld omdat de dader zich uit de voeten heeft gemaakt. Het Waarborgfonds is inmiddels ook Europees verankerd: sinds de Tweede Wam-richtlijn van de EU uit 1984 moet elke lidstaat van de EU een waarborgfonds in het leven roepen.

Het Waarborgfonds Motorverkeer: wanneer een claim?

Vanaf het begin van zijn bestaan heeft het Waarborgfonds een rol in vijf gevallen: (i) de aansprakelijke voor het ongeval kan niet worden gevonden, (2) de aansprakelijke blijkt onverzekerd, (3) het voertuig waarmee de schade werd toegebracht was gestolen of door geweldpleging verkregen (dat is een toegelaten uitsluiting op de Wam-polis), (4) de verzekeringsmaatschappij waarbij het aansprakelijke voertuig verzekerd is, is insolvent en (5) er sprake is van een vrijstelling. In twee gevallen kan de benadeelde een beroep doen op het Waarborgfonds: a) de bezitter van het voertuig heeft een vrijstelling gekregen wegens gemoedsbezwaren tegen het afsluiten van (elke vorm van) verzekering of b) het gaat om een (van de verzekeringsplicht vrijgestelde) ‘elobike’, een fiets met elektrische trapondersteuning.

Kortom: het Waarborgfonds kan worden aangesproken als de benadeelde van een ongeval in het gemotoriseerde verkeer geen Wam-verzekeraar kan aanspreken. Het Waarborgfonds is het vangnet onder de verplichte verzekering. Over elk van die verschillende situaties valt wel iets meer te vertellen, maar eerst iets over de plaats van het Waarborgfonds in het geheel van de financiële wereld.

De plek van het Waarborgfonds in de financiële wereld

Oorspronkelijk was het Waarborgfonds een onderdeel van het Ministerie van Financiën, maar in 1989 is het geprivatiseerd. Het Waarborgfonds is een stichting met een bestuur waarin zowel verzekeraars als weggebruikers zitting hebben, onder een onafhankelijk voorzitter. De financiering is gewaarborgd in de Wam: elke Wam-verzekeraar in Nederland betaalt jaarlijks een bedrag per motorrijtuig aan het fonds. Daarbij wordt verschil gemaakt tussen gekentekende motorrijtuigen en niet gekentekende voertuigen, waarbij brom- en snorfietsen gelijk worden behandeld als niet gekentekende motorrijtuigen

Omvang van het Waarborgfonds

In 2010 ontving het Waarborgfonds meer dan 57.000 claims; aan schade werd in dat jaar € 66,9 miljoen uitgekeerd. Het grootste aantal dossiers betreft gevallen waarbij de dader onbekend is gebleven, de zogenaamde hit and run-gevallen. Parkeerdeuken en -krassen veelal, maar soms ook personenschade. In dat soort dossiers brengt het Waarborgfonds voor de materiële schade een eigen risico van € 250 op de schade-uitkering in mindering.

Als de aansprakelijke niet verzekerd blijkt te zijn (2010: 2250 claims), als de aansprakelijke auto gestolen is (2010: 410 dossiers) en als de aansprakelijke een vrijgestelde gemoedsbezwaarde is (enige tientallen dossiers per jaar) geldt in geval van materiële schade geen eigen risico. Hetzelfde geldt voor het gelukkig in Nederland uitzonderlijke geval van de insolventie van een Wam-verzekeraar. In 2010 is voor het eerst sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw een Wam-verzekeraar failliet verklaard: IIC, ook bekend als Ineas.

Als de aansprakelijke onverzekerd is neemt het Waarborgfonds verhaal op de aansprakelijke. In 2010 leverde dat regres op onverzekerden € 2,7 miljoen op. Ook verhaalt het Waarborgfonds de schade als de aansprakelijke een vrijstelling heeft wegens gemoedsbezwaren.

Voorwaarden voor schadevergoeding

In alle gevallen moet de benadeelde aantonen dat zijn schade door een motorrijtuig is veroorzaakt en dat de bestuurder daarvan aansprakelijk is voor de schade. Dat geldt ook als de dader zich uit de voeten heeft gemaakt. In dat laatste geval kan het helpen als de benadeelde aantoont dat hij zijn voertuig onbeschadigd heeft geparkeerd en dat hij er, voordat hij de schade ontdekte, niet zelf mee heeft gereden. Omdat een vordering op het Waarborgfonds een vordering naar burgerlijk recht is, zijn alle bewijsmiddelen die in een civiele procedure gebruikt kunnen worden ook voor het Waarborgfonds bruikbaar: getuigen, ook familie- en gezinsleden,  stille getuigen, zoals verfsporen, glassplinters etc.), expertiserapporten, proces-verbaal van politie, een ondertekend SAF.

Van belang is dat het in alle gevallen moet gaan om door een motorrijtuig veroorzaakte schade. Schade door vandalisme (krassen, afgetrapte spiegels etc.), door winkelwagentjes of door overstekend wild komt niet voor vergoeding in aanmerking. Doorgaans kan de door het Waarborgfonds ingeschakelde expert over de schadeoorzaak voldoende uitsluitsel geven.

 Als de dader onbekend is gebleven geldt nog een aanvullend vereiste: de benadeelde moet aantoonbaar zijn best hebben gedaan om de identiteit van de aansprakelijke te achterhalen. Het gaat immers niet aan om de schade op de collectiviteit van autoverzekerden te verhalen als verhaal op de dader zelf mogelijk zou zijn geweest en wie is beter in staat om diens identiteit te achterhalen dan de benadeelde zelf. Die pogingen kunnen bestaan uit het zoeken naar getuigen, het doen van buurtonderzoek, of het doen van aangifte bij de politie. In dat geval is het wel van belang die aangifte zo spoedig mogelijk na de ontdekking van de schade te doen, omdat anders het nuttig effect verwaarloosbaar zal zijn. Het Waarborgfonds accepteert daarbij in uitzonderingsgevallen een termijn van 14 dagen.

 Als de dader onverzekerd is, moet de benadeelde aannemelijk maken dat hij van de aansprakelijke zelf geen betaling mag verwachten. Daartoe volstaat een eenvoudige aansprakelijkstelling. Als de aansprakelijke daarop niet betaalt, behoeft de benadeelde niet eerst tegen de aansprakelijke zelf te procederen.

Wie kan claimen en wat komt voor vergoeding in aanmerking?

Het kwam hierboven al kort aan de orde: het Waarborgfonds vergoedt niet alleen zaakschade, maar ook letsel- en overlijdensschade. Bij zaakschade doet het er  daarbij helemaal niet toe, waaraan de schade is toegebracht. In de meeste gevallen zal dat een auto zijn, maar ook beschadigde fietsen, tuinhekken, huizen (denk aan de ramkraak met een gestolen auto!), lantaarnpalen, vangrails worden bij het Waarborgfonds geclaimd en worden vergoed. Er is ook geen beperking voor wat betreft de aard van de benadeelde: particulieren, bedrijven, regresnemende verzekeraars, zelfs de overheid als beheerder van beschadigd wegmeubilair, iedereen die schade heeft geleden door het gemotoriseerde verkeer kan zich in de gegeven omstandigheden tot het Waarborgfonds wenden.

In wezen heeft de benadeelde op het Waarborgfonds dus dezelfde aanspraken als hij tegen een verzekeringsmaatschappij zou hebben gehad, met uitzondering van het eigen risico van € 250 bij zaakschade bij een onbekende dader.

De bedragen waarvoor het Waarborgfonds kan worden aangesproken liggen ook op de minimum-bedragen die volgens de Wam verzekerd moeten worden: € 1 miljoen voor zaakschade en € 5 miljoen voor personenschade . Ook de hogere bedragen die gelden voor bussen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn ook op het Waarborgfonds van toepassing.

De rol van het intermediair: hulp bij een onbekend proces

Bij een belangrijk deel van de claims die bij het Waarborgfonds worden ingediend, staat het intermediair zijn relatie bij. En door de relatieve onbekendheid van de gemiddelde Nederlander met het Waarborgfonds en de voorwaarden en eisen die daarbij gelden, kan  het intermediair bij het indienen en afhandelen van een claim de benadeelde zeer goed bijstaan.

Voor een efficiënte afhandeling van een claim tegen het Waarborgfonds is het belangrijk dat de claim zo volledig mogelijk wordt ingediend, dat wil zeggen met alle beschikbare onderliggende (bewijs)stukken, getuigenverklaringen etc. Ook bij het voorkomen van teleurstellingen bij de benadeelde kan het intermediair een zeer nuttige rol spelen. Als al van meet af aan duidelijk is dat een schade niet voor vergoeding in aanmerking komt (bijvoorbeeld omdat de schade het gevolg is van vandalisme, of omdat het bewijs van de toedracht niet kan worden geleverd) is het verstandig als de adviseur zijn relatie daar ook meteen op wijst.

Particulieren zelf – dus op dit moment nog niet het intermediair – kunnen hun parkeerschade die is veroorzaakt door onbekende aansprakelijken sinds enige tijd ook via de website van het Waarborgfonds rechtstreeks indienen: www.wbf.nl. Stap voor stap wordt de benadeelde daarbij door het proces heen geleid. Wij werken er op dit moment aan om deze faciliteit ook geschikt te maken voor andere partijen dan de particulier zelf, zoals onder meer het intermediair en verzekeraars. Op de website is bovendien meer informatie over de te bewandelen weg naar schadevergoeding te vinden en kunnen formulieren, jaarverslagen etc. worden gedownload.

Tot slot

Al meer dan 45 jaar is het Waarborgfonds Motorverkeer het vangnet onder de verplichte motorrijtuigverzekering. Het voorziet, gezien het beroep dat op ons wordt gedaan, in een duidelijke maatschappelijke behoefte. Het Waarborgfonds wil die taak oplossingsgericht en klantvriendelijk vervullen, maar moet daarbij zijn wettelijke kaders en dus beperkingen in het oog houden. Dat leidt soms tot teleurstelling. Maar gelukkig kunnen wij de meeste benadeelden tevreden stellen, dan wel goed uitleggen waarom wij geen hulp kunnen bieden.

 

Download dit document Download de publicatie

« Terug