Borgstelling en de echtgenote.

Makelaar Smit heeft van Van den Berg opdracht gekregen een bedrijfspand te verhuren. Het pand wordt aan Mulder verhuurd voor de duur van vijf jaar. Na een jaar geeft Mulder aan Van den Berg te kennen dat hij de huur graag wil beëindigen omdat hij elders een groter pand heeft gezien en zich daar wil vestigen. Van den Berg wil van deze voortijdige beëindiging niets weten en gaat niet akkoord.

Omdat Mulder toch graag wil vertrekken en geen dubbele lasten wil hebben gaat hij op zoek naar een ondernemer die het huurcontract van hem over zou willen nemen. Uiteindelijk vindt Mulder een zekere Koning hiertoe bereid. Van den Berg gaat akkoord met deze overneming van het huurcontract, onder de voorwaarde dat Mulder zich garant stelt voor Koning. Indien Koning niet aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst voldoet, dient Mulder de huurpenningen en overige kosten tot het einde van het oorspronkelijke huurcontract te voldoen. Mulder vindt dit een redelijke oplossing en gaat ermee akkoord.

Van den Berg vraagt aan makelaar Smit een huurcontract op te stellen met daarin opgenomen de borgstelling. Het huurcontract wordt ondertekend door Koning, Van den Berg èn Mulder. Door de ondertekening van Mulder verklaart hij zich akkoord met de borgstelling.

Na ongeveer twee jaar vertrekt Koning met de noorderzon en wordt er geen huur meer betaald. Van den Berg spreekt daarop uiteraard Mulder aan voor de huurpenningen met een beroep op de overeengekomen borgstelling.

Mulder betaalt de huurpenningen echter niet. In plaats daarvan schrijft mevrouw Mulder een brief naar Van den Berg waarin zij met een beroep op artikel 1:88 BW de borgstelling vernietigt. Volgens dit artikel heeft de ene echtgenoot van de andere toestemming nodig voor een viertal categorieën rechtshandelingen. De bij makelaars bekendste is de vereiste toestemming voor de verkoop van de echtelijke woning. Iets minder bekend is dat ook toestemming van de echtgenoot vereist is voor overeenkomsten die ertoe strekken dat de echtgenoot, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheid voor een schuld van een derde verbindt (art. 88 lid 1 onder c). Mevrouw Mulder stelt dat zij nooit toestemming heeft gegeven voor de borgstelling. Deze toestemming was echter wel vereist. Van den Berg is met stomheid geslagen. Ze hadden toch een overeenkomst? Kan met hulp van de echtgenote dan zo eenvoudig een overeenkomst vernietigd worden? Mulder komt er zo wel heel makkelijk onder uit. Van den Berg gaat verhaal halen bij makelaar Smit. Wist Smit dan niet dat er toestemming vereist was voor deze borgstelling? Dat wist Smit inderdaad niet. Hij heeft er dan ook niet aan gedacht de overeenkomst mede te laten ondertekenen door de echtgenote van Mulder. Had hij dat maar wel gedaan. Nu heeft Van den Berg een sterke zaak tegen Smit.

Mr. Florie J. Zijp-Keuning, BAVAM

Praktijkvoorbeelden