Zieke ex-werknemer

Op 1 januari 2003 is een werkneemster in dienst getreden voor bepaalde tijd (tot 31 december 2003). Zij heeft zich halverwege het jaar ziek gemeld. Het bedrijf heeft hiervan melding gemaakt bij haar assurantietussenpersoon. Op 8 januari 2004 meldt de klant dat het dienstverband is geëindigd per 1 januari 2004.

In maart 2004 vindt er een gesprek plaats tussen het bedrijf en dezelfde tussenpersoon. Het bedrijf wenste eigen risicodrager te worden voor (toen nog) WAO-uitkeringen. Er wordt een aanvraagformulier ingevuld.

Op het aanvraagformulier staat vermeld: “De aanvraag is alleen bestemd voor bedrijven die sinds 1 juli 1999 geen WAO-instroom hebben (denk ook aan ex-werknemers) en geen werknemers in dienst hebben (die) op het moment van de aanvragen ziek zijn.” en “Ziektegevallen die ontstaan zijn voor of op de ontvangstdatum van het aanvraagformulier zijn uitgesloten van de dekking.”

De verzekering is op 1 juli 2004 ingegaan.

Begin 2005 deelt het UWV aan het bedrijf mee dat aan de ex-werkneemster een WAO uitkering is toegekend en dat het bedrijf, nu zij per 1 juli 2004 eigen risicodrager is geworden, de arbeidsongeschiktheidsuitkering van deze ex-werkneemster dient te betalen.

De maatschappij wijst dekking af, omdat de werkneemster reeds ziek was bij het aangaan van de verzekering.

Ook het verzoek van het bedrijf aan het UWV om met terugwerkende kracht weer in het publieke bestel terug te mogen keren wordt door het UWV niet gehonoreerd.

Het bedrijf stelt nu de assurantietussenpersoon aansprakelijk voor het bedrag dat zij moet betalen aan het UWV. De klant is namelijk van mening dat haar assurantietussenpersoon niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht door haar niet te waarschuwen voor dit risico. Zij stelt dat indien zij zou hebben geweten dat dit de consequentie zou zijn van uittreding uit het publieke bestel, zij de overstap niet zou hebben gemaakt.

De Rechtbank is kort gezegd van oordeel dat de zorgplicht van de assurantietussenpersoon meebrengt dat hij bij de advisering ten aanzien van het afsluiten van een nieuwe verzekering de opdrachtgever niet alleen op de voordelen wijst, maar ook op de mogelijke risico´s die aan het afsluiten verbonden zijn. Daarbij dient hij alle hem bekende relevante informatie te betrekken en – indien daartoe aanleiding is – relevante informatie te verzamelen.

De rechtbank is van oordeel dat de vermeldingen op het aanvraagformulier voor de verzekering de tussenpersoon in dit geval niet ontsloegen van zijn verplichting om uitdrukkelijk na te gaan of bij het bedrijf een risico bestond wegens zieke of arbeidsongeschikte werknemers of ex-werknemers in het algemeen en wegens de situatie van deze werkneemster in het bijzonder.

De tussenpersoon heeft wel gesteld in algemene zin gesproken te hebben over ziekte of arbeidsongeschiktheid van (ex-)werknemers, maar niet dat dat ook specifiek de situatie van die bepaalde werkneemster betrof.

Het was volgens de rechtbank bij uitstek de taak van de assurantietussenpersoon om het bedrijf op dit risico te wijzen en naar de situatie van de werkneemster te informeren.

De rechtbank oordeelde dan ook dat de assurantietussenpersoon toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen die zij als assurantietussenpersoon jegens het bedrijf in acht diende te nemen en dat zij ter zake schadeplichtig is. De rechtbank veroordeelde de assurantietussenpersoon tot vergoeding van de schade.

  • Rechtbank Middelburg 27 januari 2010, LJN: BL3580

www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=bl3580

 

Praktijkvoorbeelden