Cas is eigenaar van een aantal garageboxen die hij via makelaar Max verhuurt. Er staan al een drietal boxen wat langere tijd leeg; kennelijk is er weinig belangstelling voor. Op een dag belt Max verheugd op met de mededeling dat hij een huurder heeft die alle drie de boxen voor de vraagprijs wil huren. Max heeft maar direct een huurcontract opgesteld. De boxen hebben geen eigen elektra-aansluiting omdat het minimale verbruik van een lamp ruimschoots in de huurprijs is verdisconteerd. Wat de huurder van plan is, heeft Max niet gevraagd en het kan Cas ook eigenlijk niets schelen. Wat moet je immers anders met een garagebox dan er een auto of caravan stallen?
Tot het moment dat er brand uitbreekt en het gehele complex afbrandt. Dan blijkt dat de huurder in alle drie de boxen een hennepkwekerij was begonnen en dat illegaal stroom is afgetapt voor de groeibevorderende verlichting. Vervolgens wil de opstalverzekeraar de schade niet vergoeden en komt het energiebedrijf met een nota voor de kosten van de - buiten de meter om - afgetapte stroom.
De brandverzekeraar beroept zich op een wijziging van de bestemming die niet is doorgegeven en die een verhoogd brandrisico met zich meebrengt. Dat is ook zo, want de brand is ontstaan in de overigens wel professioneel aangelegde elektrische installatie.
Tijd dus voor een gesprek tussen Cas en Max. In de huurovereenkomst blijkt niets opgenomen over het gebruik van het gehuurde. Tevens blijkt degene die braaf maandelijks de huur betaalt een ander te zijn dan de onvindbare huurder. Van deze huurder is geen kopie van zijn legitimatie aanwezig en hij is ook niet onder de door hem opgegeven naam in het bevolkingsregister bekend.
Max is heel wat wijzer geworden en weet nu dat hij:
Mr. W.L. Pel, BAVAM
De namen zijn zoals altijd gefingeerd.
Uit: BAVAM Balans nummer 3, jaargang 5