Makelaar Propjes bemiddelt bij de verhuur van een woning. Zoals in bijna alle gevallen heeft de hypotheeknemer bedongen dat de woning niet zonder zijn toestemming mag worden verhuurd, het zogenaamde huurbeding. Propjes is zich van dit beding bewust en wijst er de verhuurder -Tomassen- op dat hij voor de verhuur toestemming moet hebben van de hypotheeknemer. Verder neemt makelaar Propjes in de huurovereenkomst een bepaling op, waarin verhuurder Tomassen verklaart dat hij voor de verhuur toestemming heeft van de hypotheeknemer.
Na het betrekken van de woning krijgt huurder Jansen een brief van de hypotheeknemer. Daarin staat dat niet met verhuur is ingestemd. Jansen stelt Propjes aansprakelijk en dient een klacht in bij de Raad van Toezicht van de NVM. De Raad zoekt aansluiting bij een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Toezicht, waarin een soortgelijke zaak werd beslecht. Daarin heeft de CRvT bepaald dat een verhurende makelaar de huurder behoort te informeren over het bestaan van een huurbeding en over de gevolgen van het inroepen van het huurbeding. Destijds heeft de CRvT geen maatregel opgelegd, omdat het binnen de beroepsgroep van makelaars niet gebruikelijk was om huurders over een huurbeding te informeren.
Nadien is er, zij het in zeer beperkte mate, over het onderwerp gepubliceerd. Voor de CRvT in ieder geval voldoende om in dit geval een maatregel (waarschuwing) op te leggen.De conclusie moet zijn dat zowel een aanhurende als een verhurende makelaar in geval van verhuur altijd moet onderzoeken of er een huurbeding geldt en zo ja, dat hij dan de huurder daarover expliciet informeert. Vermeldenswaard is dat de Raad het niet voldoende acht dat Propjes wel de verhuurder Tomassen op het huurbeding heeft gewezen en een bepaling daarover heeft opgenomen in de huurovereenkomst.
De Raad geeft niet expliciet aan op welke wijze een huurder geïnformeerd moet worden. Om problemen te voorkomen adviseren wij makelaars de verhuurder altijd om een verklaring van de hypotheeknemer te vragen, waarin tot uiting komt dat de hypotheeknemer met verhuur akkoord gaat. Vervolgens moet die verklaring aan de huurovereenkomst worden gehecht. En als gezegd, dat advies geldt niet alleen voor verhurende makelaars, maar ook voor aanhurende makelaars.
Mr. Wim ter Weele
BAVAM
De namen in de casus zijn zoals altijd gefingeerd.