De damesmodezaak ‘Sjiek enzo’ van Piet Sjiek loopt goed en verhuist daarom naar een betere locatie. Piet heeft zijn bedrijfsverzekeringen, waaronder een inventarisgoederenverzekering, al jaren lopen via Jan Snel. Jan maakt melding van de verhuizing bij de maatschappij, maar op de dag van de verhuizing heeft Piet nog geen nieuw polisblad ontvangen. Na contact te hebben gehad met de maatschappij, deelt Jan vervolgens mee dat alles in orde is en dat ook voor het nieuwe pand, net als voor het oude, geen alarmeis gesteld is. Enige dagen later wordt Jan door de verzekeraar gebeld en krijgt hij te horen, dat er toch een alarm moet worden aangelegd. Wanneer Jan hierop Piet bezoekt en hem op de hoogte stelt van de gewenste preventiemaatregelen, geeft Piet aan dat dit geen probleem is en dat hij onverwijld een alarm zal laten aanleggen. Hierop wordt een polisblad met een alarmclausule afgegeven.
Korte tijd later stelt Piet Jan op de hoogte van een inbraak, waarbij veel kleding is gestolen. Na melding hiervan bij de maatschappij komt naar voren dat er, ondanks de alarmclausule, geen alarm was aangelegd en dat vergoeding van deze diefstalschade wordt afgewezen.
Piet stelt nu Jan aansprakelijk, daar Jan hem niet zou hebben meegedeeld dat de maatschappij alsnog voor diefstaldekking een alarmeis gesteld had. Het bezoek, waarbij Jan Piet op de alarmclausule gewezen heeft, kan Piet zich nu niet meer herinneren. Ook het hem toegezonden polisblad heeft hij verder niet meer bekeken en zondermeer opgeborgen.
Tja, Jan zit in een moeilijk parket. Hij kan niet bewijzen Piet op de alarmclausule te hebben gewezen, terwijl hij evenmin bij het toezenden van het polisblad een begeleidend schrijven heeft gedaan met een uitdrukkelijke verwijzing naar die alarmclausule. Mogelijk zal in een civiele procedure een enkele rechter nog (mede)schuld aanwezig achten bij Piet, nu hij de polis in het geheel niet gelezen heeft.
Gelet op de zich steeds verder uitstrekkende zorgplicht van de tussenpersoon, is het risico echter groot dat zal worden geoordeeld, dat Jan aansprakelijk is voor een groot deel van de schade van Piet.
Om soortgelijke problemen te voorkomen, is het verstandig de maatschappij tijdig te vragen naar eventuele voorwaarden waaronder zij, bij diefstalgevoelige zaken, een inventarisgoederenverzekering wenst af te sluiten. Laat daarover geen misverstand ontstaan en bevestig een en ander zelf per fax of brief aan de maatschappij en de relatie. Stuur een polisblad altijd op met een begeleidend schrijven waarin de van toepassing zijnde clausules nog eens extra onder de aandacht gebracht worden en vraag de relatie contact met u op te nemen als er iets niet duidelijk is. Wanneer Jan zich aan het voorgaande gehouden zou hebben, zou hij het nu bij de rechter veel gemakkelijker hebben. Mr. Loes van Eyk-Lubach, Bavam
De namen zijn zoals altijd gefingeerd.