Zorgplicht van de assurantietussenpersoon
Rechtbank Dordrecht 28 april 2010, LJN: BM3579
In deze zaak heeft de rechtbank zich uitgesproken over de reikwijdte van de zorgplicht van de assurantietussenpersoon. De rechtbank is van oordeel dat de zorgplicht een actieve en voordurende bemoeienis door de assurantietussenpersoon met zich mee brengt om de belangen van de opdrachtgever zo goed mogelijk te behartigen en te behoeden voor een (deels) ongedekt evenement.
Het betreft in deze kwestie een geschil tussen een professionele belegger in onroerende zaken (hierna te noemen klant) en zijn vaste assurantietussenpersoon (hierna te noemen tussenpersoon). De assurantietussenpersoon in kwestie heeft gedurende 20 jaar voor meerdere panden van de opdrachtgever de verzekeringsdekking verzorgd. In april 2007 heeft klant een aantal nieuwe panden in eigendom gekregen en tussenpersoon gevraagd voor verzekeringsdekking, naar zij inschat ten bedrage van € 1.600.000, zorg te dragen. Tevens vraagt klant de tussenpersoon om de maatschappij te laten beoordelen of de verzekerde waarde juist is.
De verzekeraar stuurt een polisblad met daarop vermeld het verzekerde bedrag van € 1.600.000,-.
Een paar maanden later breekt brand uit aan het pand en de door de verzekeraar ingeschakelde expert komt tot de conclusie dat er sprake is van onderverzekering. De verzekeraar keert uit conform de onderverzekering verhouding.
Voor deze onderverzekering stelt klant tussenpersoon aansprakelijk aangezien deze volgens klant niet de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht.
In deze zaak komt de rechtbank tot oordeel dat tussenpersoon tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Geconcludeerd werd dat de tussenpersoon in onderhavige zaak niet kon volstaan met stilzitten terwijl hem omstandigheden bekend waren die mogelijk konden leiden tot aanpassing van de in zijn beheer zijnde polissen.
Vast is komen te staan dat door of namens de verzekeraar geen taxatie is uitgevoerd ten aanzien van het onderhavige pand. Ook is vast komen te staan dat tussenpersoon dit had moeten weten. Het was namelijk gebruikelijk dat de verzekeraar de tussenpersoon benaderde voor het uitvoeren van een dergelijke taxatie. Verder was het eveneens gebruikelijk dat op de polis een aantekening wordt gemaakt door de verzekeraar als zulk een taxatie heeft plaatsgevonden.
Het feit dat beide gebruikelijke zaken niet hebben plaatsgevonden in onderhavige zaak had voor de tussenpersoon aanleiding moeten zijn contact op te nemen met de verzekeraar om er zorg voor te dragen dat de taxatie alsnog uitgevoerd werd. Nu hij dit heeft nagelaten komt de rechtbank tot de conclusie dat tussenpersoon toerekenbaar tekort is geschoten in zijn zorgplicht jegens zijn klant.
Voor de goede orde dient opgemerkt te worden dat de klant 50% eigen schuld werd toegerekend. Klant is in onderhavige zaak verweten dat hij niet zelf het polisblad heeft gecontroleerd. Had zij dat gedaan dan had zij zelf ook geconstateerd dat de gebruikelijke zinsnede ten aanzien van de taxatie ontbrak.
Concluderend lijkt het er op dat de lagere rechters in navolging op de Hoge Raad een actieve rol neerleggen bij de assurantietussenpersoon. Bij wetenschap door de assurantietussenpersoon van feiten en omstandigheden die mogelijkerwijs kunnen leiden tot discussie over de polis en eventueel dekking dient de tussenpersoon actief op zoek te gaan naar de informatie die nodig is om eventuele schade voor de klant te voorkomen. Ook indien de tussenpersoon slechts beschikt over vage aanwijzingen die van belang kunnen zijn voor de polis dient de tussenpersoon de redelijke (actieve) zorg te betrachten om de juiste informatie boven water te krijgen om op deze wijze over de belangen van de klant te waken.
www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=bm3579