Lijfrente (juni 2009)

Erik Engel heeft in 1995 een levensverzekering met lijfrenteclausule afgesloten bij assurantiekantoor De Zon. Na 12 jaar, Erik is net 65 geworden, expireert de polis en De Zon informeert Erik daar schriftelijk over en vraagt hem aan te geven, wat er met het vrijkomende bedrag moet gebeuren. De keus is een lijfrente aan te kopen of de maatschappij om uitstel verzoeken. Omdat Erik graag een direct ingaande lijfrente wil aankopen, vraagt De Zon bij verschillende maatschappijen offertes op. De Zon heeft Erik er in een gesprek uitdrukkelijk op gewezen, dat de uiteindelijke aankoop van de lijfrente wel binnen zes maanden na de expiratiedatum dient te geschieden. Gebeurt dit niet, dan beschouwt de belastingdienst de levensverzekering namelijk als afgekocht en moet er met de fiscus worden afgerekend.

Een maand voordat de genoemde termijn is verstreken, geeft Erik aan dat hij zelf een offerte van zijn eigen bank heeft ontvangen en daarom niet verder ingaat op de offertes aangeboden door De Zon. Het kantoor legt het dossier vervolgens af.

Enige maanden later blijkt echter dat Erik de verzekeraar geen instructies gegeven heeft met betrekking tot zijn polis en dat de belastingdienst inkomstenbelasting alsmede heffingsrente en revisierente zal gaan heffen over het expiratiebedrag. Een verzoek om alsnog tot aankoop van een lijfrente over te mogen gaan en de uitkering niet als afkoop te zien, honoreert de belastingdienst niet.

Erik spreekt nu De Zon aan, daar het kantoor hem niet zou hebben ingelicht over de zes maandstermijn. De Zon wijst Erik er echter op in verschillende gesprekken hem daar wel degelijk opmerkzaam op te hebben gemaakt. Erik kan zich deze gesprekken niet meer herinneren en legt de kwestie voor aan de Ombudsman die echter niet tot een uitspraak komt. De Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, waartoe Erik zich vervolgens wendt, kan dat wel en die uitspraak is in het nadeel van De Zon. Nu De Zon niet kan aantonen dat het Erik schriftelijk van de zes maandstermijn - waarbinnen aankoop van een lijfrente of uitstel van de uitkering moet hebben plaatsgevonden - op de hoogte heeft gesteld, gaat de Geschillencommissie ervan uit, dat niet is vast komen te staan dat De Zon Erik daarop heeft gewezen. Het kantoor moet tot vergoeding van het inkomstenbelastingnadeel van Erik overgaan.

Gelukkig voor De Zon heeft het kantoor zich met betrekking tot de schadeclaim tijdig tot de BAVAM gewend, waardoor het inkomstenbelastingnadeel voor rekening van de verzekeraar komt. Daarbij zij nog opgemerkt, dat Erik bij een wel tijdig aangekochte lijfrente ook belasting zou hebben moeten betalen en dat dit bedrag in mindering gebracht wordt op het door de belastingdienst berekende bedrag. Ook de heffingsrente komt niet voor vergoeding in aanmerking, nu het expiratiebedrag langer bij de maatschappij blijft staan en daarover dan toch rente vergoed wordt. Daarnaast kan in sommige gevallen een verzoek bij de belastingdienst gedaan worden om af te zien van revisierente.

Mr. Loes van Eyk

BAVAM

De namen in de casus zijn zoals altijd gefingeerd.

Praktijkvoorbeelden