Tussenpersoon Jan wordt benaderd door Klaas, directeur van B.V. De Vesting. Klaas wil ten behoeve van zijn personeelsleden een verzuimverzekering afsluiten. Offertes worden aangevraagd en uiteindelijk lijkt het onderbrengen van de verzuimverzekering bij maatschappij Het Midden een goede mogelijkheid. Nadat de acceptatietermijn voor de door Het Midden afgegeven offerte meerdere malen wordt verlengd, heeft Klaas nog geen besluit kunnen nemen. De offerte loopt af. Net voordat Klaas met vakantie gaat, bericht hij aan Jan dat de gevraagde verzekering toch maar tot stand gebracht moet worden. Een nieuwe offerte wordt aangevraagd en tegelijk wordt om voorlopige dekking verzocht. De nieuwe offerte komt echter veel hoger uit dan die van een half jaar daarvoor en Klaas vraagt om uitleg. Jan legt uit dat personeelsuitbreiding met oudere werknemers en een hogere premiegrondslag mogelijk tot de verhoging van de premies hebben geleid. In een telefonisch contact met Jan geeft Klaas aan, dat hij de nieuwe offerte in ieder geval niet accepteert. Doorsturen aan de B.V. heeft geen zin.
Na contact met Het Midden legt Jan schriftelijk aan Klaas uit hoe de hogere premie voor de verzuimverzekering tot stand is gekomen. Tevens vermeldt hij dat de voorlopige dekking na vier weken afloopt. Een nieuwe afspraak is dan ook zaak. Op de datum van het verstrijken van de voorlopige dekking bespreekt Jan de verzuimverzekering uitvoerig met Klaas. De verzuimverzekering blijft te duur en Jan moet nieuwe offertes aanvragen, ook bij andere maatschappijen. Kort na afloop van de voorlopige dekking krijgt één van de personeelsleden van B.V. De Vesting een ongeval. De B.V. ontvangt geen uitkering op grond van een verzuimverzekering. Klaas houdt Jan hiervoor aansprakelijk en legt deze kwestie zelfs voor aan de rechter. Hoewel deze procedure nog niet tot een einde gekomen is, is al wel duidelijk dat Jan er goed aan deed Klaas schriftelijk op de hoogte te stellen van de duur van de voorlopige dekking. Klaas kon tijdens de procedure voor de rechter niet ontkennen dat Jan precies had aangegeven wanneer de voorlopige dekking voor de verzuimverzekering zou verstrijken. Het bewijs dat Jan toch nog een verwijt te maken zou zijn, zal nu door Klaas geleverd moeten worden
Niet alleen is het in het huidige recht verstandig om belangrijke afspraken schriftelijk vast te leggen, met het oog op de ophanden zijnde Wet Financiële Dienstverleners wordt het zelfs een vereiste. Assurantietussenpersonen, financieel adviseurs en hypotheekbemiddelaars dienen op grond van de genoemde wet hun adviestraject schriftelijk te documenteren. Met deze schriftelijke vastlegging kan dan ook het beste nu reeds worden begonnen.
Mr. Loes van Eyk-Lubach, BAVAM
Om redenen van privacy zijn in deze praktijkcasus gefingeerde namen gebruikt.